Artikel

Respijtzorg: centraal in beleid, slecht vindbaar in de praktijk

Respijtzorg is geen nieuw woord in de beleidstaal, maar het krijgt met de Mantelzorgagenda 2027-2030 een scherpere positie. Maatregel 5.5 van de agenda zet expliciet in op het versterken van het aanbod passende mantelzorgondersteuning en respijtzorg. Die inzet is uitgewerkt in twee handreikingen die voortkomen uit het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg: de Handreiking Gelijkgerichte mantelzorgondersteuning in de Wmo en de Handreiking Logeerzorg. De eerste noemt kortdurende, tijdelijke vervanging van mantelzorgtaken een van de onderdelen die elke gemeente minimaal moet organiseren. De tweede vraagt gemeenten om logeerzorg regionaal te organiseren, juist omdat dit aanbod zich zelden houdt aan gemeentegrenzen.

Daar staat geld tegenover. Gemeenten ontvangen vanaf 2027 jaarlijks 25 miljoen euro uit de SPUK AZWA/HLO om deze handreikingen uit te voeren. Daarmee is respijtzorg niet langer alleen een goede bedoeling, maar een onderdeel waarop financiering en verantwoording worden ingericht.

Wat de praktijk laat zien

Tussen die ambitie en de ervaring van mantelzorgers zit ruimte. Stichting Mantelzorgelijk vroeg in het onderzoek "De prijs van mantelzorg" aan 702 mensen uit de eigen achterban naar de financiële en persoonlijke gevolgen van zorgen voor een naaste. Dat is geen landelijke meting, de stichting zegt dat zelf ook, maar wel een directe blik op wat er in de praktijk misgaat. 13,6 procent van de deelnemers geeft aan dat zij vanwege geld professionele hulp of vervangende zorg niet hebben gebruikt of hebben uitgesteld. In de open antwoorden over respijtzorg komen steeds dezelfde knelpunten terug: plaatsen die ontbreken, tijden die niet passen bij de situatie, aanbod dat onvoldoende aansluit bij complexere zorg, en kosten die mensen niet kunnen opbrengen.

Dat beeld is niet nieuw. Al in eerdere regionale analyses van respijt- en logeerzorg komt hetzelfde patroon terug: het aanbod bestaat wel ergens, maar wie het op dat moment nodig heeft, weet vaak niet waar, en instellingen die op papier beschikbaar zijn, blijken in de praktijk vooral gereserveerd voor crisissituaties. Een plek hebben op de kaart is iets anders dan een plek kunnen krijgen op het moment dat het telt.

Waarom dit ertoe doet

Het Sociaal en Cultureel Planbureau volgt al jaren hoeveel mantelzorgers zich ernstig belast voelen. Dat aandeel bleef tussen 2014 en 2024 relatief stabiel, maar omdat het totale aantal mantelzorgers in die periode groeide, steeg de groep die zich ernstig belast voelt in absolute aantallen van ongeveer 400.000 naar 600.000 mensen. Respijtzorg is een van de instrumenten die beleid daarvoor inzet: een adempauze, zodat iemand de zorg kan volhouden zonder zelf om te vallen. Of die adempauze ook daadwerkelijk aankomt, hangt niet af van de handreiking op papier, maar van de vraag of iemand op het moment dat het nodig is, een plek vindt die past.

Auteur

Valtes
Deze pagina delen via