Artikel

De tweede baan die niet op de loonstrook staat

Ze zit in de auto tussen twee afspraken door. Belt de thuiszorg om te vragen of iemand later kan langskomen bij haar moeder. Stuurt tussendoor een appje naar haar broer over de medicatie. Geen collega die het opmerkt. Geen leidinggevende die het weet. Zij zelf zou niet op het idee komen zichzelf mantelzorger te noemen. Ze regelt gewoon wat geregeld moet worden.

Dat beeld is inmiddels bekend uit onderzoek. Het RIVM concludeerde in 2024 dat één op de vier werkende Nederlanders werk combineert met mantelzorg, en dat een flink deel van hen zichzelf niet als zodanig herkent, juist omdat ze het als privézaak beschouwen of bang zijn hun leidinggevende te belasten. Die onherkenbaarheid maakt deze groep lastig te bereiken met beleid dat wacht tot iemand zich meldt.

Een rekening die van adres verandert

Ecorys zette de rekening dit najaar op een rij, in opdracht van MantelzorgNL: wie zorg naar huis verplaatst en alleen naar de zorgbegroting kijkt, ziet een besparing. De rekening verdwijnt niet, ze verschuift. Naar werknemers die minder uren maken. Naar werkgevers die met verzuim en verloop zitten zonder de precieze oorzaak te kennen. Naar een arbeidsmarkt die toch al krap is, vooral in de sectoren waar dat het hardst pijn doet: zorg, welzijn, onderwijs.

In het rapport "Kosten van mantelzorg voor de samenleving" komt dat uit op een centraal scenario van circa 11 miljard euro per jaar, met een bandbreedte van 7,9 tot 15,4 miljard: uitdrukkelijk als voorzichtige ondergrens geformuleerd, niet als plafond. Het grootste deel daarvan, ruim 9 miljard, zit in verminderde arbeidsdeelname. De rest, ruim 1,7 miljard, in langdurig ziekteverzuim. Reken daarbij op wat mantelzorgers zelf al dragen aan tijd en kosten, zo'n 20 miljard euro per jaar volgens Ecorys' aparte berekening van de maatschappelijke waarde van mantelzorg, en de factsheet komt zelf uit op circa 31 miljard: een bedrag dat de onderzoekers "conservatief geschat" noemen.

Verder optellen mag hier niet meer. Ecorys rekende ook uit wat het zou kosten als professionals al het mantelzorgwerk zouden overnemen, en komt dan uit rond de 64 miljard euro. Dat cijfer staat los van de eerste twee: het rapport is er zelf expliciet over dat de bedragen niet als losse posten bij elkaar op te tellen zijn, omdat het aparte studies zijn met een andere invalshoek. De 64 miljard is een illustratie van de vervangingswaarde van mantelzorg, geen verwachte uitgave en al helemaal geen besparing die ergens klaarligt: volledige vervanging van mantelzorg door professionals achten de onderzoekers zelf niet realistisch, alleen al omdat die professionals er niet zijn.

Wie telt hoeveel mensen dit aangaat, komt bovendien op wisselende getallen uit, en dat is geen slordigheid. Het SCP volgt de groep al jaren en publiceerde over de meting van 2024 een telling van zo'n 2,7 miljoen werkende mantelzorgers: 80 procent van de 18- tot 67-jarige mantelzorgers combineert de zorg inmiddels met een baan, tegenover 73 procent in 2014. Het SER-advies van begin dit jaar werkte nog met een oudere basismeting en kwam uit op ongeveer 2 miljoen, van in totaal zo'n 5 miljoen mantelzorgers. Zelfde brede definitie van mantelzorger, ander peiljaar: het aandeel mantelzorgers onder volwassenen steeg van ongeveer een derde naar 39 procent, en van hen werkt inmiddels een groter deel gewoon door. Geen tegenstrijdigheid dus, eerder een groep die de afgelopen jaren tegelijk groter en werkender is geworden.

Onzichtbaar op twee plekken tegelijk

Wat deze groep onderscheidt, is dat ze op twee plekken tegelijk buiten beeld blijft. Bij het steunpunt, omdat wie tussen negen en vijf werkt zelden op een doordeweekse ochtend binnenloopt voor een gesprek. En op de werkvloer, omdat mantelzorg zelden op een functioneringsgesprek terechtkomt tenzij het al misgaat. Cijfers van het SCP laten zien wat dat kan kosten: werkende mantelzorgers verzuimden in 2022 in 17 procent van de gevallen minstens twee weken aaneengesloten, tegenover 11 procent van collega's zonder zorgtaken. En dat raakt niet overal even hard: cijfers uit datzelfde Ecorys-rapport laten zien dat van de zwaarbelaste werkende mantelzorgers 27 procent in zorg of welzijn werkt, uitgerekend de sectoren waar het personeel nu al schaars is. De SER vraagt gemeenten en werkgevers dan ook nadrukkelijk om actief op zoek te gaan naar wie nu nog buiten beeld blijft, in plaats van te wachten tot iemand zich meldt.

Dat wachten kost tijd die deze groep niet heeft. Een collega die twee uur per week minder is gaan werken, valt op een looncontract niet op. Een medewerker bij wie de kans op langdurig verzuim na een paar jaar intensieve mantelzorg flink oploopt, komt vaak pas in beeld als het verzuim er al is. Onderzoek van het RIVM naar een aanpak voor werkende mantelzorgers liet zien dat het hielp om mantelzorg bespreekbaar te maken en dat mensen daardoor meer steun van hun leidinggevende ervoeren, ook al veranderde de balans tussen werk en zorg zelf niet vanzelf mee. Zonder die herkenning verandert er weinig, hoe goed de regelingen op papier ook zijn.

Esther Hendriks, bestuurder bij MantelzorgNL, vat de kern zo samen: mantelzorg is geen gratis zorg, en wie alleen naar de zorgbegroting kijkt, ziet slechts een besparing. De kosten verschijnen ergens anders: in verzuim en uitval bij werkgevers, en in de portemonnee van de mantelzorger zelf.

Zichtbaar maken zonder erover te oordelen

Dit is niet een verhaal waarin een gemeente iets laat liggen. De groep waar het hier over gaat, meldt zich juist nergens, en dat is precies waarom geen enkel loket, hoe goed ook, haar vanzelf in beeld krijgt. Het knelpunt zit niet in onwil, het zit in bereik: informatie en herkenning die de werkende mantelzorger vinden op het moment en via het kanaal waar zij toch al is, in plaats van tijdens kantooruren op een fysieke plek.

Daar ligt een bescheiden rol voor Valtes. Niet als vervanger van het mantelzorgsteunpunt of de welzijnsorganisaties die het uitvoeren, niet als partij die verzuim of uitval belooft op te lossen, en niet als zorgaanbieder. Wel als infrastructuur die herkenning mogelijk maakt buiten de kantoortijden om, zodat iemand die tussen twee vergaderingen door zorg regelt, ook op dat moment iets vindt dat aansluit. Zichtbaarheid is geen garantie dat de balans meteen beter wordt. Het is wel de voorwaarde om er ooit iets aan te kunnen doen, voor de werknemer, de werkgever en de gemeente die alle drie met dezelfde onzichtbare rekening zitten.

Zelf het onderzoek nalezen? De De arbeidsmarkt krijgt er stilzwijgend een tweede baan bij.

Auteur

Valtes
Deze pagina delen via