Voor welzijn en consulenten
Meelopen met mantelzorgconsulent Paula Bierma: luisteren, verbinden en soms gewoon even meezuchten
Op een warme middag staat er een bijeenkomst van het Alzheimer Café op Paula Bierma’s agenda. Maar als ze aankomt, blijkt er niemand te zijn. Het is bijna dertig graden. Paula gebruikt de vrijgekomen tijd om langs te gaan bij een echtpaar over wie ze kort daarvoor een vraag had gekregen. Het bezoek stond niet gepland en was nog niet geregistreerd. Toch ontstaat daar het begin van verdere ondersteuning.
Het is een klein voorbeeld van hoe een werkdag van een mantelzorgconsulent verloopt. De agenda biedt houvast, maar de praktijk bepaalt wat er werkelijk gebeurt.
“Mijn werkweek gaat alle kanten op”, vertelt Paula. “Ik weet nooit precies van tevoren wat de dag gaat brengen.”
Voor Valtes liep Lizan Scholten een dagdeel met haar mee bij Sociaal Werk De Kop in Steenwijkerland. We spraken met Paula en vrijwilliger Dirk Brans en bezochten samen het Longcafé. Niet om van een afstand te bedenken wat mensen die voor een ander zorgen nodig hebben, maar om te zien hoe ondersteuning er in de dagelijkse praktijk uitziet.
De vraag achter de eerste vraag
Paula coördineert het Mantelzorgnetwerk Steenwijkerland. Ze helpt mensen hun weg te vinden binnen zorg en welzijn, organiseert ontmoeting en brengt professionals met elkaar in contact.
De eerste vraag die iemand stelt, vertelt vaak nog niet het hele verhaal.
Iemand belt bijvoorbeeld omdat een moeder geen boodschappen meer kan doen. Paula vraagt dan door. Kan zij niet meer goed lopen? Ziet zij slecht? Vergeet zij boodschappen te doen? Pas wanneer de situatie duidelijker wordt, kan er worden gekeken naar passende ondersteuning.
Dat klinkt eenvoudig, maar het vraagt tijd, ervaring en aandacht. Mensen weten vaak niet welke informatie belangrijk is. Ook is het zorglandschap ingewikkeld. Wijkverpleging, Wmo, casemanagement, welzijn, huisartsen en lokale activiteiten lopen voor inwoners gemakkelijk door elkaar.
“Ik zie vaak dat mensen de draad heel snel kwijt zijn van hoe het werkt”, zegt Paula.
Daarom geeft ze niet alleen adressen of telefoonnummers door. Ze helpt eerst om de situatie te ordenen. Wat is er precies aan de hand? Wie is al betrokken? Wat kan het eigen netwerk betekenen? En welke professionele ondersteuning past daarbij?
Soms kan iemand daarna zelf verder. Soms helpt een familielid. En soms belt Paula mee. Het doel is niet om alles over te nemen, maar om mensen weer voldoende overzicht te geven voor een volgende stap.
Mantelzorg begint vaak voordat iemand het zo noemt
Veel mensen komen pas bij Paula terecht wanneer zij al lange tijd voor een partner, ouder, kind of andere naaste zorgen. Ze zijn er niet bewust aan begonnen. De hulp groeide mee met wat er thuis nodig was.
Eerst gaat iemand mee naar een afspraak. Daarna worden de boodschappen overgenomen. Vervolgens komen er telefoontjes met instanties, medicatie, vervoer en steeds meer regelwerk bij. Omdat het zorgen onderdeel is geworden van de relatie, herkennen mensen zichzelf niet altijd als mantelzorger.
“Ze beginnen eraan omdat het er gewoon bij hoort”, zegt Paula. “Op het moment dat het zwaarder begint te worden, verandert er iets. Maar dan zijn ze vaak al heel lang bezig.”
De term mantelzorg helpt professionals om ondersteuning te organiseren, maar sluit niet automatisch aan bij hoe mensen hun eigen situatie zien. Een dochter denkt vaak vooral: dit is mijn moeder. Een partner denkt: we hebben beloofd voor elkaar te zorgen. Ouders van een kind met een beperking zien zichzelf in de eerste plaats als ouders.
Voor professionals betekent dit dat zij niet alleen moeten vragen: “Ben je mantelzorger?” Een vraag als “Voor wie zorg jij?” of “Wat regel jij allemaal voor je naaste?” levert vaak een vollediger beeld op.
Ook de aanleiding om hulp te zoeken is veelzeggend. Volgens Paula nemen mensen regelmatig contact op nadat iemand in hun omgeving hen erop heeft gewezen. Dat kan een buurvrouw zijn, iemand op het schoolplein of een bekende die zelf ervaring heeft met mantelzorg. Vaak is het niet de professional, maar juist iemand dichtbij die als eerste zegt: misschien hoef je dit niet alleen te doen.
Hulp vragen is geen vanzelfsprekende stap
Zelfs wanneer ondersteuning beschikbaar is, betekent dat niet dat mensen er gemakkelijk gebruik van maken. Paula hoort regelmatig terug: “Had ik dit maar eerder geweten.”
Mensen stellen een vraag uit omdat zij denken dat het nog wel gaat. Omdat iemand anders het vast drukker heeft. Omdat zij niet weten dat bepaalde ondersteuning gratis is. Of omdat hulp aannemen voelt als toegeven dat het niet meer lukt.
“Dat heeft alles te maken met die hulpvraag neerleggen”, legt Paula uit. “Mensen denken iedere keer: het gaat nog wel, we redden ons wel.”
Die terughoudendheid geldt niet alleen voor mantelzorgers. Paula herkent haar ook bij zichzelf en in haar eigen familie. Weten dat hulp vragen verstandig is, maakt het nog niet gemakkelijk.
Daar ligt een belangrijke taak voor mantelzorgprofessionals: niet wachten tot iemand precies kan formuleren wat nodig is, maar laagdrempelig contact aanbieden. Soms helpt het al als een wijkverpleegkundige een keer kennismaakt, zonder dat er direct zorg wordt ingezet. Soms is uitleg voldoende om een drempel weg te nemen.
En soms is er geen snelle oplossing. Dan kan luisteren nog steeds waardevol zijn.
“Je kunt wel even delen en even meezuchten. Dat helpt ook al”, zegt Paula.
Dat klinkt bescheiden, maar het is een wezenlijk onderdeel van haar werk. Niet iedere zorg kan worden weggenomen. Wel kan iemand zich gehoord voelen en weten waar hij of zij later opnieuw kan aankloppen.
Vertrouwen groeit in een lokaal netwerk
Paula werkt al ongeveer tien jaar in het lokale netwerk. Ze kent veel professionals persoonlijk en weet vaak wie ze kan bellen. Huisartsen, wijkverpleegkundigen, sociaal werkers en andere zorgverleners weten haar op hun beurt te vinden.
Die bekendheid maakt een verschil. Een huisarts hoeft niet te weten wanneer iedere koffieochtend plaatsvindt, maar moet wel weten wie kan helpen wanneer iemand eenzaam is of thuis dreigt vast te lopen. Een wijkverpleegkundige hoeft niet alle welzijnsactiviteiten te kennen, zolang de verbinding met sociaal werk goed is.
“Als je elkaar weet te vinden, kun je elkaar goed helpen”, vertelt Paula in het gesprek voor de camera. “En ook vooral in de preventie: voorkomen dat mensen omvallen en op tijd ondersteuning aangeven.”
In Steenwijkerland is er onder meer een appgroep met ongeveer 180 zorgverleners en professionals. Daarin worden activiteiten gedeeld, maar ook heel concrete vragen gesteld. Wie kent iemand die kan tolken? Welke organisatie past bij deze situatie? Wie kan contact opnemen met een inwoner?
Het laat zien dat een sociale kaart niet alleen uit namen en contactgegevens bestaat. Een goed netwerk leeft pas wanneer mensen weten wat anderen doen, elkaar vertrouwen en snel contact kunnen leggen.
Paula is daar helder over: haar lokale kennis is een belangrijke kracht, maar niet vanzelfsprekend overdraagbaar. Wanneer zij hetzelfde werk morgen in een andere gemeente zou doen, zou ze opnieuw moeten ontdekken wie waarover gaat.
Voor organisaties en gemeenten ligt daar een bredere les. Investeer niet alleen in voorzieningen, maar ook in de relaties ertussen. De kwaliteit van ondersteuning hangt voor een belangrijk deel af van professionals die elkaar daadwerkelijk kunnen vinden.
Het Longcafé biedt meer dan informatie
Tijdens ons bezoek wonen we een bijeenkomst van het Longcafé bij. Er is een inhoudelijke presentatie over een digitale toepassing die mensen met een longaandoening mogelijk kan ondersteunen. Maar de waarde van de middag zit niet alleen in de informatie.
Mensen drinken koffie, herkennen ervaringen en praten met anderen die begrijpen hoe het is wanneer klachten niet altijd zichtbaar zijn. Iemand kan zich voor een bijeenkomst hebben aangekleed en een middag aanwezig zijn, terwijl thuis daarna lange tijd herstel nodig is. De buitenwereld ziet meestal alleen het moment waarop het goed lijkt te gaan.
“Het was ook gewoon een gezellige middag”, zegt Paula. “Dat is natuurlijk superbelangrijk: om het leuk te hebben met elkaar. Ook daar weer lotgenotencontact.”
Ontmoeting hoeft dus niet altijd zwaar of probleemgericht te zijn om ondersteunend te werken. Juist het gewone gesprek, een grap en een gedeelde ervaring kunnen mensen ruimte geven.
Voor een mantelzorgconsulent zijn zulke bijeenkomsten bovendien een plek om signalen op te vangen. Niet via een formele intake, maar in een gesprek aan tafel. Iemand vertelt terloops hoe het thuis gaat of welke vraag al weken blijft liggen. Soms ontstaat daar het vertrouwen dat nodig is om later contact op te nemen.
Digitale ondersteuning helpt, maar niet iedereen op dezelfde manier
In het gesprek komt ook digitale ondersteuning aan bod. Paula ziet dat digitale informatie mensen kan helpen om eerder antwoorden te vinden en beter te begrijpen wat er lokaal beschikbaar is. Tegelijkertijd merkt ze dat niet iedereen informatie graag op een telefoon bekijkt.
Sommige inwoners gebruiken liever een computer, omdat het scherm groter is en zij teksten gemakkelijker kunnen lezen. Anderen hebben juist behoefte aan een telefoonnummer dat direct zichtbaar is, in plaats van een verwijzing naar een website. Ook standaardantwoorden of geautomatiseerde helpdesks lossen niet iedere persoonlijke situatie op.
De les is niet dat digitale ondersteuning wel of niet werkt. Het gaat om keuzevrijheid en aansluiting. Eenvoudige informatie kan digitaal worden aangeboden, zodat mensen zelfstandig iets kunnen opzoeken. Persoonlijk contact blijft nodig wanneer een situatie ingewikkeld is, emoties meespelen of iemand niet precies weet welke vraag gesteld moet worden.
Digitale ondersteuning kan het werk van een mantelzorgconsulent versterken. Ze kan lokale informatie toegankelijker maken, activiteiten onder de aandacht brengen en mensen voorbereiden op een gesprek. Ze kan het gesprek zelf niet vervangen.
Wat wij meenemen uit Steenwijkerland
Het bezoek aan Paula bevestigt hoe belangrijk het is om ondersteuning te ontwikkelen vanuit de werkelijkheid van mantelzorgers én professionals. Die werkelijkheid laat zich niet vangen in één loket, één voorziening of één digitale toepassing.
We zagen hoe Paula voortdurend schakelt tussen luisteren, uitleg geven, doorvragen, verbinden en soms gewoon beschikbaar zijn. We hoorden dat mensen vaak pas laat ontdekken welke hulp mogelijk is. Maar we zagen ook dat lokale activiteiten en professionele netwerken pas echt waarde krijgen wanneer er vertrouwen en persoonlijk contact achter zit.
Voor Valtes betekent dit dat we digitale ondersteuning niet los kunnen zien van het lokale netwerk. Informatie moet begrijpelijk en makkelijk vindbaar zijn, maar ook aansluiten op wat mantelzorgconsulenten, sociaal werkers en inwoners dagelijks tegenkomen. Daarom blijven we meelopen, luisteren en toetsen wat in de praktijk helpt.
Meer artikelen
Voor beleidsadviseurs
Mantelzorg groeit. De vraag is: groeien we als ondersteuning mee?
Het nieuwe SCP-rapport Mantelzorg in beweging laat zien wat veel gemeenten, welzijnsorganisaties en zorgprofessionals al...
Geschreven door : Valtes
Voor beleidsadviseurs
Jonge mantelzorgers vallen niet op
Ze zitten gewoon in de klas.Ze leveren hun opdrachten in.Ze lachen mee in de groepsapp.Ze...
Geschreven door : Valtes